Columns

Oerend Smart | Vriend en vijand

  Column

Een oranjetipje dwarrelt door de tuin, Koningsdag komt er weer aan. Je ziet deze vlinders, waarvan de rupsen op pinksterbloemen leven, vooral in april. De eerste doemen op in maart, de laatste zijn er nog in juni. Dan verdwijnen ze uit beeld. Waar veel vlindersoorten twee of meer generaties per jaar produceren, houden de tipjes het bij één. Dat komt door die kieskeurige rupsen.

Mannetjesvlinders zijn als koolwitjes, maar dan met oranje vleugeltoppen. Die ontbreken bij de vrouwtjes; zodra zij echter neerstrijken op pinksterbloem of look-zonder-look, om nectar tot zich te nemen, tonen ze hun ondervleugels, die wel gemarmerd lijken, overigens ook bij de mannetjes.
In oude vlinderboeken werd het oranjetipje al oranjetipje genoemd, de citroenvlinder citroenvlinder, de atalanta atalanta. Kleurige dagvlinders dragen sinds eeuwen Nederlandse namen. Ze zijn ons vertrouwd, fladderen overal rond, helaas de laatste decennia steeds minder – al gaat het het oranjetipje redelijk voor de wind.
De overgrote meerderheid van de insecten moest het tot niet zo lang geleden stellen met uitsluitend een wetenschappelijke, Latijnse naam. Ik heb wat in insectengidsen zitten bladeren als ik wilde weten wat voor soort zweefvlieg of kever ik had waargenomen. Om na lang zoeken bij een Latijnse naam te belanden. En dan had ik het gevoel dat ik eigenlijk nóg niets wijzer was.
In de nieuwste boeken, en op internet, zijn grote aantallen insecten wél van Nederlandse namen voorzien. Waardoor die kleine beestjes, die zo'n grote rol spelen in de ecologische kringloop, misschien een klein beetje in populariteit zullen toenemen. Niet onbelangrijk, want de aantallen zijn zorgwekkend gedaald. Tegenwoordig kun je aan je buurman vertellen dat je een wollig gitje in de tuin hebt gezien. In een boek uit de jaren negentig heet die zweefvliegsoort domweg Cheilosia illustrata. Zweefvliegen zijn niet zo makkelijk van elkaar te onderscheiden als die bekende vlindersoorten. Ze lijken ook nogal eens op wespen of bijen – zo kunnen ze vijanden misleiden. Er is een zweefvlieg genaamd 'blinde bij'. Ze zien eruit als bijen, maar kunnen niet steken, hebben bovendien een rij haartjes op hun ogen, wat ze evenwel het zicht niet belemmert. De naam klopt dus niet, maar hij bestond in de volksmond en bleef gehandhaafd.
Met zijn uiterlijk weet deze zweefvlieg ook mensen voor de gek te houden. Op de website van AvroTros stond een bericht over het Europese bijenverdrag dat bijen moet beschermen tegen bestrijdingsmiddelen. Met een foto van een blinde bij erbij…
Nederland schijnt wereldwijd voorop te lopen met het uitbrengen van boeken om dieren en planten te determineren. Ook op internet zijn daar steeds betere programma's voor. Aan de hand van een nieuwe determinatiegids voor loopkevers ontdekte ik dat ik vorig jaar meerdere kleine poppenrovers heb gefotografeerd langs een bospad. Die kever neemt de laatste decennia in aantal toe. De larven doen zich tegoed aan rupsen van nachtvlinders. Favoriet is de eikenprocessierups. Slimme zet van de natuur: ze roept de kleine poppenrover op om de uit de hand gelopen opmars van die (voor mensen en eiken) irritante rups te stuiten. Maar het oranjetipje en de blinde bij hoeven niets te vrezen.

In de columns van journalist Sander Grootendorst staan mens en natuur centraal

Meer berichten