Weinig hei meer op de Schaarsheide. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Weinig hei meer op de Schaarsheide. Foto: Bernhard Harfsterkamp (Foto: )
Columns

Vanaf een bankje

Vanaf een bankje

Op de Schaarsheide

Door Bernhard Harfsterkamp

AALTEN - Struikheide bloeit relatief laat. Vanaf eind juli zijn de rozepaarse bloemen te zien. In augustus tot in september zijn dan, als er veel struikheide bij elkaar staat, die fel gekleurde velden te zien. In de gemeente Aalten zul je ze nauwelijks meer vinden. Alleen in een enkel natuurgebied is nog een veldje aanwezig. Op de Schaarsheide, waar ik op een bankje zit, groeit alleen nog een enkele heideplant in de bermen

Het bankje staat aan de rand van wat ooit de Schaarsheide is geweest. Dat heideveld strekte zich richting Barlo en naar Vragender uit. De velden sloten zelfs aan op de heide bij het Vragenderveen en het Corlese Veen, beide onderdeel van het Korenburgerveen. Honderd jaar geleden had ik dat enorme heideveld nog kunnen zien liggen. Daarna werd het ontgonnen, want de heidevelden hadden geen betekenis meer voor de landbouw. Die woeste gronden bevatten veel verschillende planten en dieren, maar daarvoor was nog weinig oog. Als je heide niet meer nodig hebt, kun je er beter iets anders mee doen: ontginnen en landbouwgrond van maken.

Heideplaggen, maar ook strooisel uit bossen, werden eeuwenlang bij de bemesting van de landbouwgronden gebruikt. De boeren hadden daarvoor de potstal ontwikkeld. Het is een stal waarin mest wordt opgepot. Begonnen wordt met een laag plaggen in een stal met verdiepte bodem, waarop het vee de uitwerpselen kon laten vallen. Als die;laag verzadigd was, werden er nieuwe plaggen opgebracht en kon die weer doordrenkt worden met mest. Dit ging zo door, tutdat het vee steeds hoger kwam te staan. Dan werd het tijd om de stal leeg te halen. De bemeste plaggen werden op de essen en kampen gebracht, de bouwlanden die al op hogere plekken waren ontstaan. De akkers werden daardoor nog hoger. Ze "groeiden" gemiddeld met één millimeter per jaar.

De uitvinding van de kunstmest veranderde dit. Het toch wel omslachtige potstalsysteem was niet meer nodig,.Daarna werden in een periode van zo'n vijftig jaar alle heidevelden in de Oost-Achterhoek ontgonnen. Omdat de techniek intussen sterk verbeterd was, waren natuurlijke barrières in de (onder)grond geen belemmering meer. Wegen en de grenzen van de landbouwpercelen hadden geen grillige patronen meer, zoals in het oude ontginningslandschap, dat ik vanaf het bankje in de verte zie liggen. Het kon nu recht toe, recht aan. Lang en recht of met veel bochten, daaraan is nog steeds te herkennen of je je in een oude of nieuwe ontginningen bevindt.

Jonge ontginningen zijn grootschaliger en opener dan het oude landschap met kleine landschapselementen. Toch werden bij de ontginning van de Schaarsheide aanvankelijk veel kleine landschapselementen, die zich tussen de heidevelden bevonden, gespaard. Die verdwenen echter al snel. Tegenwoordig is het niet altijd gemakkelijk meer te zien of je je in een oud of jong landschapstype bevindt. Ook in het oude landschap zijn grillige patronen verdwenen. Door de moderne technieken konden daar eveneens grotere rn rechtlijnige percelen gecreëerd worden. Vanaf het bankje heb ik uitzicht op het oude ontginningslanschap van 't Klooster. Heel anders ziet het er niet uit. Een kilometer verderop zijn de verschillen duidelijker te zien, maar dan ben je alweer in de directe omgeving van het bos, dat ik nog steeds 't Klooster noem. Daar liggen nog enkele oude esgronden, die meteen opvallen in het landschap. Rondom het bankje is het landschap niet bijzonder. Het is zelfs saai. Ook dat is een aspect van het Aaltense landschap. Rustig is het er wel.

Meer berichten