Het oudste gebouw van Aalten. Foto: Bernhard Harfsterkamp
Het oudste gebouw van Aalten. Foto: Bernhard Harfsterkamp (Foto: )

Voorproefje van boek "Bezield erfgoed" in het museum

Fragmenten uit de geschiedenis vanaf de Bronstijd

door Bernhard Harfsterkamp

AALTEN – Nog tot 25 september is de tentoonstelling "Bezield Erfgoed" te zien op drie locaties: in het Grenslandmuseum in Dinxperlo, in het Grachthuys in Bredevoort en in het Nationaal Onderduikmuseum. De tentoonstelling is gebaseerd op het boek "Bezield erfgoed" van Jos Wessels, dat op 14 september op open monumentendag eindelijk verschijnt. Een voorproefje is te zien op de drie locaties.

Geen chronologische geschiedschrijving
Het boek "Bezield erfgoed" zal niet een compleet overzicht geven van de geschiedenis van Aalten. Er zijn twee inleidende hoofdstukken, waarin nader wordt ingegaan op het ontstaan van het landschap en het wegenpatroon in de gemeente. Ook bij alle drie tentoonstellingen zijn telkens dezelfde twee informatiepanelen hierover te zien. Het boek zal een fragmentarisch beeld geven van de lokale historie, omdat Wessels ervoor gekozen heeft die te beschrijven aan de hand van de straten en wegen in de dorpen en buurtschappen, waarbij zo'n 550 opmerkelijke gebouwen en objecten worden besproken. Een kleine keuze daaruit is onder andere te zien in het Nationaal Onderduikmuseum. Er is echter wel een extraatje: naast het merendeeel van de informatiepanelen staan vitrines met daarin materialen uit de collectie van het museum, die de informatie op de panelen meer achtergrond geven.

Oudste bouwwerk
Slechts een klein deel van alle verzamelde informatie in een tentoonstelling presenteren vraagt om keuzes. Die zullen lastig zijn geweest, maar natuurlijk zijn er monumentale gebouwen die niet mogen ontbreken, zoals de oude Sint Helenakerk, het oude gemeentehuis, het Walfort en de scholteboerderij 't Olde Hondorp. Het onderste deel van de toren van Sint Helenakerk is gebouwd tussen 1100 en 1200 en is het oudste bouwwerk in de gemeente Aalten. Zoals vele oude kerken is deze ook in verschillende perioden gebouwd in romaanse stijl. In 1597 is deze katholieke kerk tijdens de reformatie een protestantse geworden. De kruiswegstaties, die nu nog te zien zijn in het Catherijneconvent in Utrecht, hebben mogelijk bij de kerk gestaan of langs een route naar de kerk toe.

Jachtpalen en urnen
Er is ook aandacht voor kleinere objecten, zoals de jachtpalen van het Walfort. Gejaagd wordt er sinds er mensen zijn, maar in latere tijden mocht niet iedereen meer jagen. Dat was een recht voor adel, andere hoge heren en in onze omgeving ook voor de herenboeren. Het jachtgebied van het Walfort was na 1814 gemarkeerd met jachtpalen. De toen ingevoerde jachtwet bepaalde dat het jachtterrein moest worden afgebakend met palen met daarop de tekst "private jacht van" gevolgd door de naam van de eigenaar stond. Er zijn nog dertien van deze palen over. Daarvan staat er één op de oprijlaan naar havezate het Walfort. Aandacht voor de oudste bewoners is er dankzij de urnen die gevonden zijn op de Kieftskamp in Dale. Ze dateren uit de Bronstijd, die liep van 2000 tot 800 voor Christus. In die periode hebben zich al mensen gevestigd op de hogere delen van Aalten, Zij verbrandden hun doden en begroeven de urnen in velden.

Ook aandacht voor de recente tijd
De recente tijd ontbreekt niet in de tentoonstelling. De periode van de wederopbouw, waarmee de periode na de Tweede Wereldoorlog tot halverwege de jaren zestig wordt aangeduid, leverde ook karakteristieke straatbeelden en gebouwen op, die het waard zijn om bij stil te staan. Zo ontstond in Aalten vanaf 1955 bij de Bodendijk de dichtersbuurt. In die tijd was het nog gebruikelijk om namen van beroemde dichters als straatnaam te gebruiken. "In tegenstelling met de huidige mode om veldnamen aan straten te geven", kan op het informatiepaneel gelezen worden. Al sluit die nieuwe gewoonte wellicht beter aan bij de geschiedenis van de gemeente. Ook in Bredevoort zijn in de Schoolstraat nog kenmerkende woningen uit de wederopbouwtijd te vinden. Aaltenaar Wim Hebly was de architect. De huizen kunnen tot de Delftse school worden gerekend. De huizen hadden witgeverfde bakstenen en rode dakpannen. Geeft de tentoonstelling een voorproefje van het boek "Bezield erfgoed", in dit artikel kan slechts een klein deel van de expositie besproken worden. Wie meer wil weten en bekijken, zal naar het Nationaal Onderduikmuseum moeten gaan.

Meer berichten