Columns

Uut 't Wald | Stinkers

Stinkers

Een tijdje geleden opende ik de motorkap van mijn auto en zag tot mijn verbazing vier kiezelstenen op het carter liggen. Ik gooide ze weg, maar een paar dagen later trof ik opnieuw een paar van die steentjes onder de motorkap aan. Toen begon het me te dagen: die kiezels waren er door een steenmarter achtergelaten.
Steenmarters, het zijn heel speelse diertjes, kom ik regelmatig tegen als ik 's avonds laat met mijn hondjes nog even de wijk rond ga. En de afgelopen jaren heb ik tijdens wandelingen door het Needse Achterveld ook al twee keer een boommarter gezien.
Marters (vooral steenmarters trouwens) zijn er weer volop in de Achterhoek. Best bijzonder, want een kleine eeuw geleden kwamen ze nauwelijks nog voor. In zijn boek Oud-Achterhoeksch Boerenleven citeert de in Laren geboren 'meester' Heuvel een oud-plaatsgenoot, die opmerkt nog slechts heel af en toe een 'maoter' te zien. Een ander roofdier, de bunzing, kon je toen veel vaker tegenkomen. In de Achterhoek wordt dat beestje trouwens ulk genoemd. En hij is bepaald niet populair, vanwege de lucht die hij kan verspreiden. Vandaar ook het gezegde, dat ik ooit van een boer (!) uit Gelselaar hoorde: Twaalf boeren en ene ulk, dat bunt dattien stinkers.Veel voorkomend was vroeger ook de hermelijn. In sommige delen van de Achterhoek hermeltje (of harmeltje) genoemd, elders bekend als hermken of harmken. Een das heb ik in mijn hele leven nog maar één keer gezien (ook in het Achterveld trouwens), maar eind negentiende eeuw waren er in onze contreien nog heel veel van deze grote roofdieren. Dezelfde oud-plaatsgenoot vertelde destijds aan meester Heuvel, dat hij nog tal van wrangen (burchten) kende, waarin grevinks (Achterhoeks voor dassen) leefden.

Meer berichten