Foto:
Columns

Zwaleman | Komkommer

Komkommer

Waar je tegenwoordig ook om je heen kijkt, overal zie je kunststof. Zelfs midden op de Atlantische Oceaan is de kans groter dat je een petflesje tegenkomt dan een haai. Je kunt je dan ook bijna niet voorstellen, dat er ooit een tijd is geweest waarin nog niet alles van plastic was. Laat staan dat dit nog maar zo kort geleden was.
En toch, die tijd heb ik zelf nog meegemaakt. Toen ik werd geboren, begin jaren vijftig, was er bij ons thuis nog helemaal niks van kunststof. Nou ja, wel een paar dingen. De stopcontacten bijvoorbeeld. En de telefoon, die in de hal aan de muur hing. Die waren gemaakt van bakeliet en dat was formeel gesproken een kunststof, die pakweg veertig jaar eerder was uitgevonden. Maar alle andere kunststofsoorten, plastics zeiden we meestal, dateren uit de tweede helft van de vorige eeuw. Dus toen ik werd geboren zaten levensmiddelen nog in papieren zakken of in glazen flessen. Met uitzondering van vis, want die werd in een oude krant verpakt. Oh ja, groente kon je in blik krijgen. Maar onze plaatselijke kruidenier (voor de jongere lezertjes: dat was de voorloper van Albert Heijn en Jumbo) verkocht niet zo gek veel blikgroente. Tenminste niet aan mijn moeder, want die verkeerde in de veronderstelling dat daar te weinig vitamientjes in zaten.
Kunststof (of plastic, zo u wilt) maakte een snelle opmars. Werd aanvankelijk ook als een zegen beschouwd. Ik weet nog dat ik mijn eerste beker van kunststof kreeg, geproduceerd door de Mepal in Lochem. Die kon je op de grond laten vallen en dan ging ie niet eens kapot!
Maar de opmars is té snel gegaan. Met als gevolg dat we nu met een enorm afvalprobleem worstelen. Ik wil het hier nog niet eens hebben over de plasticsoep in de zeeën. Maar neem nu alleen al eens de hoeveelheid plastic die de burgers van ons land netjes als afval aanbieden. Al dan niet in een speciale container of pmd-zak. Dat is op jaarbasis zo'n 350.000 ton. Let wel: dan heb ik het alleen nog maar over verpakkingsmateriaal, dat in principe gerecycled kan worden.
Hoeveel komkommer-plasticjes zouden dat zijn ?, vroeg ik me af. Want lange tijd heb ik het plastic om een komkommer beschouwd als het summum van verpakkingsidioterie. Iets waartegen we als consument eigenlijk zouden moeten protesteren. Eigenlijk zou je het plastic van zo'n komkommer af moeten stropen en demonstratief bij de kassa achter laten. Een super-milieubewuste collega van mij deed dat jaren geleden al met al het verpakkingsmateriaal, dat hij overbodig vond. Heel dapper vond ik dat toen, maar ook wel een beetje raar. Zoiets zou ik nooit durven….
Gevolg was wel, dat ik ik in de supermarkt regelmatig tegen het bekende DDD aanliep, het Dagelijks Duurzaamheids Dilemma. Dan had ik enorm zin in komkommer, maar waren ze allemaal in plastic verpakt.
Dat dilemma heb ik inmiddels niet meer. Tegenwoordig weet ik, dat zo'n plastiekje (een sleeve heet het in goed Achterhoeks) juist heel goed is voor het milieu. Omdat door die verpakking de komkommer minder snel beschadigt en langer goed blijft. Daardoor wordt voedselverspilling voorkomen en dat is natuurlijk heel duurzaam.
Daar valt natuurlijk nog van alles op af te dingen, maar als ik er niet al teveel nadenk kan ik toch met een gerust hart komkommer kopen. En dat plastic velletje doe ik natuurlijk netjes in de pmd-zak.

Meer berichten