Columns

Uut 't Wald | Bozemtelder

Bozemtelder

Ik ben opgegroeid in een tijd waarin je als kind nog moest meehelpen in het huishouden. Dus heb ik heel wat keren de tafel moeten dekken. Heel nauwgezet: een groot bord voor het hoofdgerecht, een diep bord voor de soep, een schaaltje voor het toetje. En daarnaast aan beide kanten het bestek, keurig op de voorgeschreven plaats en in de juiste volgorde. Ja, bij ons thuis waren we daar precies in.

Groot was dus mijn verbazing toen ik als jochie van een jaar of tien eens mocht mee-eten bij Tante Annie en ome Gait, de buren van mijn grootouders. Bij hen op de boerderij betekende tafel dekken niets anders dan dat er een zeiltje en een paar messen op tafel werden gelegd. Geen borden. De boterhammen die Tante Annie sneed terwijl ze het brood aan haar borst drukte, konden wel zo op dat zeiltje. Voor het warm eten waren er wel borden. Niet fraai ogend, gewoon wit, met krassen en hier en daar schilfertjes er af. Telder (zo heten borden in het Achterhoeks) hoefden niet mooi te zijn. Maar dat gold natuurlijk niet voor de 'bozemtelder', de borden die op de 'bozem' (de boezem, de overkapping van het fornuis) stonden. Ook wel pronktelder genoemd. Of schossteentelder, sierbord of richelbord. Dergelijke bozemtelder waren meestal gemaakt van aardewerk. Van Regout uit Maastricht of Delfts blauw en ook Engels en Chinees aardewerk zag je wel. Op de borden stonden bijbelse afbeeldingen, bloemen of soms een landschapje. Daarvan eten deed men niet. Ze stonden er slechts voor de sier.

Meer berichten