Columns

Uut 't Wald | Nöthaezen

Nöthaezen

Na deze extreem warme zomer zouden we wel eens een strenge winter kunnen krijgen. Het is me namelijk opgevallen, dat er nu al ontzettend veel eikels aan de bomen zitten. (En er al afvallen ook).

In de Achterhoek weten we: As der völle nötte, kastanjes en eikels bint, dan kriej een strenge winter. Nou, eikels zijn er dus volop. Wat die kastanjes en noten betreft moeten we nog maar even afwachten.

Met het woord nötte kunnen trouwens zowel walnoten als hazelnoten worden bedoeld. Ofwel walnötte en hazelnötte. Maar een walnoot wordt ook vaak gewoon nöt (meervoud: nötte) genoemd. En ook wel wannöt(te). Een hazelnoot heet in Gelselaar een lammersnötte (of lammasnötte) en rond Varsseveld een nöthaeze. Een hazelaar, de boom dus waaraan ze groeien, is dan uiteraard een nöthaezenstroek.

Van die laatste kun je trouwens (en vroeger wist iedere boer dat) heel goed stelen voor je gereedschap maken. Of een wandelstok. Het topje (töpke) van een hazelaar kon goed dienst doen als hengel. Omdat het zo buigzaam was. Zeker als je het een nacht in het water had laten liggen. Ofwel: aj de haze had leern töpken.

Een walnotenboom had weer een heel ander nut. Die beschermde je. Als zo'n boom voor je huis stond sloeg de bliksem niet in. Maar om te voorkomen dat een walnotenboom te snel groeit (en minder noten geeft) moet je er af en toe flink met een stok doorheen slaan. 'n Nöttenboom en een ondeugend wief mo'j ranselen', wist men vroeger in de Achterhoek.

Meer berichten