Columns

Uut 't Wald | Schoone wiksen

Schoone wiksen

De column hierboven maakt het wel duidelijk: schoenen poetsen was vroeger een serieuze zaak. Ook in onze streek, hoewel de mensen in de Achterhoek en Liemers toch vaak op klompen liepen.
Maar ook als je die schoenen niet vaak aanhad, bijvoorbeeld alleen naar de kerk of bij speciale gelegenheden, moesten ze goed onderhouden worden. En ze dienden te glimmen. As nen hoonderköttel in de maoneschien! Niet voor niks had men het in de buurt van Gorssel niet over schoenen poetsen, maar over glim op de schoene leggen.
Tegenwoordig wordt in de streektaal vrij algemeen het woord poetse(n) gebruikt, maar vroeger had men het over het wiksen (rond Eibergen wisken) van de schoenen. En rond Dinxperlo heette diezelfde bezigheid de schoone potsen.
Schoensmeer werd in sommige delen van de Achterhoek schoenwiks (of schoowikse) genoemd. Daar werd met wiksen dan ook vooral het insmeren van de schoen bedoeld, niet het uitborstelen. Elders in de streek spreekt men van schoosmeer, schoonsmeer, schoepoets (of schoepots) en glimsmeer.
In het deel De mens en zien wark A van het WALD (het woordenboek van de Achterhoekse en Liemerse dialecten) staat het hele proces van het schoenen poetsen als volgt omschreven: "De schoone met een klein bosseltje inwiksen met schoonsmeer en met ne grotere bossel oetpoetsen." Tot ze dus glommen als die kippenkeutel. Maar dat laatste gold niet als je die schoenen aantrok wanneer je naar een begrafenis ging. Voor een 'groove' werden de schoenen wel ingewreven, maar niet uitgepoetst. Glimmende schoenen hoorden niet bij de rouwdracht.

Meer berichten