Columns

Zwaleman | Schoenen poetsen

Schoenen poetsen

Voor zijn tijd (hij zou nu honderd zijn) was mijn vader tamelijk geëmancipeerd. Anders dan de meeste mannen van zijn leeftijd was hij niet te beroerd om af en toe huishoudelijk werk te verrichten. Als het hem uitkwam wilde hij best eens stofzuigen, afwassen of koken. Dat laatste moedigden wij als kinderen trouwens niet aan, want een keukenprins was hij absoluut niet. Op de jury van De Nieuwe Lekkerbek zou hij geen indruk maken. Of misschien juist wel. Iemand die oud brood met jus als een volwaardige maaltijd ziet, nou die vergeet je niet snel!

Maar goed, in andere dingen was hij wel goed. Schoenen poetsen, bijvoorbeeld. Dat was zijn vaste taak op de zaterdagochtend. Dan poetste hij de schoenen van het hele gezin. En daar was hij al gauw een uurtje druk mee, want we waren bij ons thuis met z'n achten.
Is schoenen poetsen typisch mannenwerk? Ik weet het niet. Voor zover ik me kan herinneren hadden de papa's van mijn vriendjes het niet als vaste taak. Maar toen ik eenmaal getrouwd was en kinderen had, kwam het poetsen wel zo'n beetje automatisch in mijn takenpakket.

Ik heb die taak altijd heel serieus genomen. Ik deed het weliswaar niet zoals mijn vader op een vaste dag in de week, maar ik zorgde er wel altijd voor dat alle schoenen op tijd schoon en gepoetst waren. Glimmend gepoetst zelfs. Toen ik nog een jonge huisvader was bezat ik een oude broodtrommel, die helemaal vol zat met poetsspulletjes. Schoensmeer in diverse kleuren (in die platte blikjes die je zo lastig open kreeg), bijenwas voor de voetbalschoenen van zoonlief, kleurloze crème voor schoenen in kleuren waarvoor geen schoensmeer bestond. En natuurlijk het nodige borstelmateriaal. Kleine borsteltjes voor het insmeren, grotere om de schoenen mee op te wrijven tot ze glommen. Beide soorten ook weer apart voor zwarte en voor bruine schoenen. In de trommel zat natuurlijk ook nog zo'n speciale borstel waarmee je suède schoenen kon schoonmaken en opruwen.

Nog altijd ben ik thuis degene die de schoenen onderhoudt. De vier paar van mezelf en die (tja, hoeveel zijn het wel niet?) van mijn liefste. Ook de kleinkinderen en hun moeders weten trouwens dat opa een uitstekend schoenenpoetser is. Maar niet meer zo fanatiek als vroeger. De broodtrommel van weleer heb ik jaren geleden al verruild voor een veel kleiner kistje en ook dit heb ik onlangs weggedaan. Al het schoenpoetsmateriaal dat ik nog bezit staat nu op een hoekje van een plank in de schuur. Het neemt er weinig ruimte in. De schoenborstels, de potjes schoensmeer, de tube bijenwas, ik heb ze niet meer. Laat staan die speciale suèdeborstel.

Op de plank ligt nog één tube met een crème die heel goed schijnt te zijn voor onze dure wandelschoenen. Maar verder bedien ik mij geheel in de geest van de tijd van verzorgingsspray. Twee spuitbussen, meer heb ik niet nodig. Eentje speciaal voor gewaxt en ge-olied leer. Is me ooit aangeraden bij de aankoop van een van die vier paar schoenen, maar ik weet niet meer welke. En dan is er die bus waarop 'pour toutes les matières' staat. Voor alles goed dus.
Oh ja, naast de spuitbussen ligt nog één attribuut, dat nog steeds onmisbaar is. Een flinke spijker waarmee ik hondenpoep tussen de ribbels van de zolen peuter.

Meer berichten