Columns

Uut 't Wald | Op de baes zitte

Op de baes zitte

Ook al is het Nedersaksisch een taal op zichzelf (en officieel ook als zodanig erkend), ons Achterhoeks lijkt toch wel heel veel op wat we tegenwoordig algemeen Nederlands plegen te noemen. Sommige woorden zijn ook gewoon gelijk, al willen wij oosterlingen er dan nog wel eens een letter van inslikken.
Neem nu het woord zitten. In het Achterhoeks zeggen we zitn (en in de Liemers zitte), maar dat is natuurlijk precies hetzelfde. Anders wordt het wanneer dat woord zitten in in een gezegde, dus in samenhang met andere woorden wordt gebruikt. Op je achterste gaan zitten wordt in het Achterhoeks op 't end(e) gaon zitn. Maar ook wel (want onze streektaal is heel rijk): op 't gat zitn. In de Liemers en delen van het Montferland: op de baes zitte.
Als we in het Nederlands een beetje chique willen doen, dan zeggen we niet 'Ga zitten' tegen onze bezoeker, maar: 'Zet U.' In het grootste deel van de Achterhoek zegt men 'zich zetten' tegen gaan zitten. Daar is niks geen 'sjieks' aan.
Je hebt ook nog allerlei specifieke manieren van zitten. Overeind, rechtop gaan zitten bijvoorbeeld is in het Achterhoeks: zich (zik) op 't ende zetten. Of ook wel: zik op de meerze zetten. Als iemand heel breeduit aan tafel zit, dan kan ie natuurlijk kritiek verwachten. "Hendrik zit altied te braddeken an taofel", zeggen de mensen dan. En de kleermakerszit heet in het Achterhoeks natuurlijk sniedersgewieze zitten. Want een kleermaker kennen wij niet. Zo'n man heet bij ons snieder.

Meer berichten