Columns

Zwaleman | Achterveld

Achterveld

Hoe druk we het (soms) ook hebben, mijn lief en ik proberen elke middag minstens anderhalf uur uit te trekken voor een wandeling met onze hondjes. "Waar gaan we heen vandaag?", vraagt zij steevast zodra we met z'n viertjes in de auto's zitten. "Ach, laten we maar weer naar het Achterveld gaan", is dan meestal mijn antwoord.
Het Achterveld bij Neede (officieel heet het daar trouwens Rietmolen) is één van de mooiste natuurgebieden die ik ken. Het is niet groot, met anderhalf uur stevig doorstappen heb je het wel zo'n beetje gezien. Maar in die anderhalf uur word je dan wel getrakteerd op een ongekende afwisseling van allerlei soorten natuur.

Er zijn meer redenen, waarom ik er graag wandel. Een heel praktische is, dat voor mij het Achterveld heel dichtbij is. Het is als het ware mijn achtertuin. Nou ja, dat is wat overdreven, maar ik rijd er wel binnen vijf minuten naar toe. (En binnen tien op de fiets). Het is er bovendien meestal lekker rustig. Voor de meeste recreanten ligt het net iets te achteraf, alleen de echte natuur- en/of stilteliefhebber wandelt hier rond. Maar het aller-aantrekkelijkst is toch die eerder genoemde variatie. Om dat duidelijk te maken neem ik u een stukje mee op onze wandeling.

Als we vanaf de parkeerplaats aan de Visschemorsdijk door een houten klaphekje het gebied binnengaan worden we aangestaard door een paar zwarte paarden. Fell pony's zijn het, die zwerven hier in de zomermaanden vrij rond. We lopen door een bosje waarin dit voorjaar de storm flink heeft huisgehouden. Op een dode tak van een omgevallen boom zit een grote zwarte vogel. Een raaf! Vijftig jaar geleden uitgestorven in ons land, maar in het Achterveld zitten er al weer heel wat.

We lopen verder en komen door een stuk bos, dat wij Tsjernobyl noemen. Staatsbosbeheer probeert hier de grondwaterstand omhoog te krikken en de berken moeten dat bezuren. Met de voeten in de nattigheid leggen ze het loodje. De kale dode bomen leveren een luguber, maar tegelijk prachtig beeld op.
Het bos eenmaal uit begint een stuk natte heide. Uniek, omdat er zoveel wilde gagel groeit. In het voorjaar, als de zon er op schijnt, zorgen deze struiken voor een oranje gloed. Dit jaar komt de bloei slecht op gang, omdat dit deel van het Achterveld heel lang blank heeft gestaan. Voordeel is wel, dat je er nu naar kikkerconcerten kunt luisteren.
De kikkers zijn echter niet de enigen die zich laten horen. Ook de specht roffelt er lustig op los. Door met zijn snavel flink hard op een (holle) boom te hameren hoopt hij andere spechten uit zijn territorium te weren. Even later wordt het roffelen een zacht tikken. Nou haalt hij zijn lunch binnen.

Het is al middag en we zijn niet de enigen die hier wandelen. Een ontmoeting met bijzonder wild (ooit zagen we in het Achterveld een das!) zal er wel niet meer in zitten. Of toch? Ja hoor, voor ons uit rennen drie reeën. Weggesprongen uit een groepje jeneverbesstruiken zijn ze nu op zoek naar een veiliger plekje. Doe maar rustig hoor dames, wij doen jullie niks. En de hondjes zitten uiteraard aan een lange lijn.

Ik ga niet verder met de beschrijving. Kom liever zelf maar een keer kijken. Maar niet allemaal tegelijk, we houden het hier graag een beetje rustig.

Meer berichten