Foto: Nick Oostendorp
Columns

Randbericht | Schaatsen

Schaatsen

"We schaatsen weer", zeg ik elk jaar in de tweede helft van oktober. Het schaatsseizoen is dan weer begonnen. Niet voor mezelf, maar voor de dames en heren die straks gouden medailles zullen winnen in Zuid Korea. Ik volg hun verrichtingen altijd met veel plezier en kijk dan vele uren naar de televisie. Vreemd genoeg moet ik als ik schaatsers zie ook altijd weer aan dialect- en natuurschrijver G.J. Meinen denken.

Was meester Meinen, want hij was zijn hele leven schoolmeester, een groot liefhebber van schaatsen? Dat weet ik niet, al kon er tijdens zijn leven waarschijnlijk vaker in de winter op natuurijs geschaatst worden. Toch zie ik het beeld telkens opnieuw voor me van de schaatsende schoolmeester. Een van zijn natuurverhalen is de aanleiding geweest. Meinen is geboren op boerderij het Voorde in Corle. Daar logeerde hij nog elk weekeinde toen hij schoolmeester in Lintelo was. Op maandag wandelde hij dan naar zijn werk, behalve als het vroor. Dan schaatste hij.

Rond 1900 was het overal nog veel natter. De waterstand was nog niet met allerlei technische maatregelen verlaagd. Beken waren nog geen kanalen geworden en bij hoog water overstroomden ze op vele plekken. Een van de natste gebieden was de omgeving van Bredevoort. Namen als het Zwanenbroek en het Goor herinneren er nog aan. Als Meinen in het broek en goor kwam was het er altijd nat en in de winter stonden zeker tussen Corle en Bredevoort vele weilanden blank, die ook nog eens redelijk snel dichtvroren. Voor Meinen was het dan heel gewoon om de schaatsen onder te binden.

Of hij de gehele route heeft kunnen schaatsen, vermeldt het verhaal niet. Na Bredevoort zal het nog een tijd hebben gekund, maar bij Aalten zal hij een droger deel hebben moeten overbruggen. Of zou de Boven-Slinge tijdens zo'n schaatswinter ook dichtgevroren zijn? Dan kon Meinen al iets verder komen. Toch vermoed ik dat hij in de buurt van Lintelo heeft gelopen. In het artikel "Tusschen Breedevoort en Corle" dat in 1908 in het blad "De Levende Natuur" was opgenomen vertelt Meinen uitgebreid over de prachtige natuur die hij daar tijdens zijn vele tochten was tegengekomen.

Meinen vond zichzelf niet een echte natuuronderzoeker. In het artikel schrijft hij over heren die geleerd doen "en niet deter­mineeren en verzamelen, omdat het zoo intressant is, doch omdat het zoo intressant staat, - als ze loopen met bussen en schetsboeken en kiektoestellen, waar een stel klare oogen voldoende zou zijn." Daar wilde hij niet bijhoren. Toch zijn de artikelen die hij tussen 1903 en 1920 schreef over de natuur van de Oost-Achterhoek van grote waarde. Ze geven een goed beeld van het gevarieerde planten- en dierenleven in het begin van de 20ste eeuw. Misschien moeten ze maar eens gebundeld worden, zodat iedereen er nog eens van kan genieten. Ook aardig zou een heruitgave van zijn "Gids voor dorpen langs de Slingebeek" zijn. Die boekjes zou ik dan graag willen presenteren tijdens een schaatstocht over de bevroren weilanden tussen Corle en Bredevoort. Laat de winters weer streng worden!

reageer als eerste
Meer berichten
<SCRIPT SRC="//secure.adnxs.com/ttj?id=5221749&cb=[CACHEBUSTER]&referrer=aaltensnieuws.nl&pubclick=[INSERT_CLICK_TAG]&postcode=709,712" TYPE="text/javascript"></SCRIPT>